Pianoconcert in A | Tweede en derde deel

Gebaseerd op schetsen van Ludwig van Beethoven, deest 42

 

In 2005 reconstrueerde Cees het langzame deel van een pianoconcert in A, op basis van schetsen die afkomstig zijn uit het Kafka-schetsboek. In de schets van het tweede deel (adagio) liet Beethoven een soort partituur na, inclusief voortekening en zelfs een maatsoort. Zowel de instrumentatie als de grote doorlopende lijnen van het pianogedeelte ontbraken echter. Deze moesten dus worden aangevuld en uitgewerkt. Na de wereldpremière van dit tweede deel (in de Rotterdamse Doelen in 2005), werd er veel gespeculeerd over de andere delen, omdat Beethoven boven de schets van de Adagio in D duidelijk schreef: Concerto in A

Kafka schetsboek, eerste pagina adagio

Kafka Sketchbook f. 154r, autograph miscellany from circa 1786 to 1799, London 1970, published by The Trustees of the British Museum

Afgezien van het bovengenoemde adagio, bevinden zich in de verschillende schetsboeken verscheidene aantekeningen van allerlei andere fragmentarische pianoconcerten die nooit zijn voltooid. Verschillende schetsen laten zich echter wel identificeren als onderdelen of voorstudies voor andere concerten. Zo bevinden zich her en der thema’s en fragmenten waarvan het heel plausibel is dat ze een onderdeel zijn van het bovengenoemde Concerto in A. Het is bijvoorbeeld opvallend dat het rondo thema in A wat betreft opbouw veel overeenkomsten vertoont met het thema van het rondo uit het Eerste Pianoconcert in C Opus 15. De fugato vertoont daarbij veel gelijkenis met de fugato uit het rondo van het Derde Pianoconcert in c Opus 37.
De thema’s en voorstudies uit de schetsboeken werden dus soms gebruikt in nieuwe werken terwijl andere thema’s nooit meer door de componist werden toegepast of uitgewerkt. Beethoven had per slot van rekening aan de hand van de vele schetsen wel 20 pianoconcerten kunnen voltooien. Waarom hij uiteindelijk niet verder kwam dan zijn beroemde vijf zal altijd wel een raadsel blijven.

 

Pianoconcert nr. 6 in D | Eerste deel

Gebaseerd op schetsen van Ludwig van Beethoven, Unv 12 Hess 15

 

Beethoven schreef 256 maten van het Zesde Pianoconcert, verdeeld over 30 bladzijden. Het handschrift hiervan wordt bewaard in de Berlijnse Staatsbibliotheek. Daarnaast zijn er nog 114 pagina’s losse schetsen die zich bevinden in diverse andere bibliotheken. Van al deze partituren en schetsen heeft Cees Nieuwenhuizen gedetailleerde digitale kopieën bestudeerd om een ‘volledig’ beeld te krijgen van het materiaal. De schetsen en de partituur zijn interessant en uitgebreid.

Maat 1 t/m 4 van het manuscript, MS Artaria 184,

Maat 1 t/m 4 van het manuscript, MS Artaria 184, Staatsbibliothek zu Berlin, Preussischer Kulturbesitz, Berlin

De partituur is geen muzikaal uittreksel, maar eerder een grof ‘concept’. Zo’n concept maakte Beethoven in een heel pril stadium. Hij legde de meest saillante gegevens van een heel deel vast, zoals de toonsoort, modulaties, vorm, dramatische wendingen en sologedeelten. Zo’n ruw concept kan niet omgevormd worden tot een speelbare versie zonder een behoorlijke eigen inbreng: er moet wat ‘bij’ worden gecomponeerd. Daarom geven we er de voorkeur aan om niet te spreken over een ‘reconstructie’, maar over een ‘speelbaar werk op basis van materiaal van Beethoven’. Alle materiaal van Beethoven zelf is ongewijzigd gebruikt, de rest is voltooiing. Dat onderscheid is belangrijk, want maar al te gemakkelijk worden soortgelijke composities gepresenteerd als een ‘onbekende Beethoven’, waarmee Beethoven geen recht wordt gedaan. We zullen nooit precies weten wat Beethoven van plan was met het concert, maar Cees is er op fascinerende wijze in geslaagd om er een fantastisch muziekstuk van te maken!

 

 

Vioolconcert in C | Eerste deel

Gebaseerd op schetsen van Ludwig van Beethoven WoO 5

Reconstructie Cees Nieuwenhuizen Opus 71

 

 

Van Beethoven’s werken voor het genre met viool en orkest is er ons een viertal bekend. Ze zijn geschreven in de periode 1790-1806. We hebben het dan over de Vioolromance in G opus 40, de Vioolromance in F opus 50, het Vioolconcert in D opus 61 (1806) en het vroege Vioolconcert in C WoO 5 (Hess 10). Dit laatste is als fragment overgeleverd en heeft Beethoven (1770-1827) vermoedelijk gecomponeerd in Bonn, ergens tussen 1790 en 1792.

Het fragment bestaat uit 259 volledig uitgeschreven maten, waarna het abrupt afbreekt: net alsof de partituur doormidden is gescheurd. De compositie breekt af precies als ze 15 maten in de doorwerking is beland. Het motief in de laatste aan ons overgeleverde maten 258 en 259 vormde de aanvang  voor Cees Nieuwenhuizen om deze doorwerking uit te werken op een manier die zo getrouw mogelijk aansloot bij de rest van het werk.

 

Fantasie Sonate in D voor piano solo

Gebaseerd op schetsen van Ludwig van Beethoven

Reconstructie Cees Nieuwenhuizen

 

Ludwig van Beethoven blijkt drie jaar voordat hij zijn eerste pianosonate publiceerde nóg een sonate voor piano geschreven te hebben. De jonge Beethoven was toen 22 jaar. Deze Fantasie Sonate in D uit 1792 is nu voor het eerst in druk verschenen. De uitgave en de reconstructie van de schetsen is verzorgd door de Nederlandse componist en Beethoven-musicoloog Cees Nieuwenhuizen. Het werk van de jonge Beethoven vertoont overeenkomsten met de bekende Mondscheinsonate en de Sonate Pastorale en bevat veel ideeën die Beethoven later heeft gebruikt in andere werken. Het is een fascinerende schakel tussen hele vroege pianowerken en de eerste door de jonge meester gepubliceerde pianosonates. De wereldpremière vond plaats op zondagmiddag 21 Oktober 2012 in de kleine zaal van het Concertgebouw te Amsterdam. Het jonge pianotalent Martin Oei (toen 16 jaar) speelde het stuk op meer dan voortreffelijke wijze.

 

Erlkönig | Lied voor zang en piano

Gebaseerd op schetsen van Ludwig van Beethoven (WoO 131)

Voltooid door Cees Nieuwenhuizen (Opus 52)

Beethoven heeft veel teksten van Goethe op muziek gezet. In 1792, toen hij 22 jaar oud was, schreef Beethoven een lied gebaseerd op een gedicht van Goethe: Erlkönig. Het bleef echter onvoltooid. Dit had waarschijnlijk te maken met het feit dat de componist het op dat moment erg druk had met het schrijven van  dansen voor orkest. Deze werden uitgevoerd in de Hofburg Redoutensaal in Wenen. In 1822 hadden Beethoven en zijn broer plannen om zijn vroege, niet-gepubliceerde werken uit te geven. In deze jaren was hij redacteur en voltooide inderdaad een aantal vroege schetsen. Was het omdat hij stierf in maart 1827 dat hij Erlkönig nooit zou voltooien? We zullen het nooit weten, het lied bleef een schets.

Veel liederen van Beethoven zijn samengesteld in een vorm die we ook in Erlkönig terug vinden. Het lied Adelaide (opus 46) is qua vorm bijvoorbeeld goed vergelijkbaar met Erlkönig. Het is dan ook zeer waarschijnlijk dat Beethoven Erlkönig zou hebben geschreven op dezelfde wijze als zijn andere liederen.

Beethoven onderbreekt zowel de tekst als de melodie vaak. In totaal hebben we toch net genoeg materiaal om een redelijk totaalbeeld van de (doorgecomponeerde) compositie te krijgen. We weten dat het stuk zou beginnen met een groot intro dat tevens worden gebruikt aan het eind van het nummer. Op sommige plaatsen moest de ontbrekende Goethe tekst en de vocale melodie worden ingevuld, ten eerste om tot een complete en uitvoerbare compositie te komen en ten tweede om de volledige tekst te gebruiken. Op andere plaatsen moesten de ontbrekende piano partijen worden ingevuld. De gehele pianopartij van het slot is geschreven door de componist zelf.

Maestoso en Fuga in D voor strijkorkest

Gebaseerd op Ludwig van Beethoven Hess 40 en Opus 137

Arrangement Cees Nieuwenhuizen Opus 66

Prelude & Fuga in C voor strijkorkest

Gebaseerd op het strijkkwartet van Ludwig van Beethoven Hess 31

Arrangement voor strijkorkest van Cees Nieuwenhuizen Opus 67

Pianoconcert in F | Eerste deel

Gebaseerd op het eerste deel van de achtste symfonie van Ludwig van Beethoven

Arrangement Cees Nieuwenhuizen Opus 74

Hoboconcert in F | Tweede deel

Gebaseerd op schetsen van Ludwig van Beethoven (Hess 12)

Reconstructie Cees Nieuwenhuizen (Opus 59)